CULTUUR INZETTEN OM GELD TE VERDIENEN?

CULTUUR INZETTEN OM GELD TE VERDIENEN?

Kunst en cultuur wordt ingezet om geld te verdienen.
Dat elke euro uitgegeven aan cultuur er meer dan drie oplevert is al jaren bekend. Toch is het imago van cultuur er eentje van een kostenpost in plaats van een verdienmodel.
Ik hoopte zo dat deze crisis een kans zou zijn om voor eens en voor altijd dit beeld over kunst en cultuur de nek om te draaien. Er is hoop want de Raad voor Cultuur adviseert een nieuw kabinet om jaarlijks 477 miljoen euro extra te investeren in de culturele sector, want:
“De totale sector is goed voor zo’n 320.000 banen, 4,5 procent van de totale werkgelegenheid. Daar komen de positieve effecten qua omzet en werkgelegenheid in aanpalende sectoren als horeca, beveiliging, infrastructuur en techniek nog bij.”
Precies wat ik en vele anderen met mij (www.cultuurinactie.nl) in onze columns en programma’s benadrukten. Als sector waar 70% als zelfstandige werkzaam is, is het moeilijk druk uit oefenen in de politiek (er valt niemand te ontslaan, lees: op straat te zetten).
Ik ben dankbaar dat het is opgepakt en nu hopen dat een nieuw kabinet het óók gaat erkennen door het bedrag te verdubbelen misschien? Een investeerder zou het doen met een vooruitzicht van 300% winst… (resultaten uit het verleden zijn geen garanties voor de toekomst… O nee, bij cultuur geldt: resultaten uit het verleden zijn wèl garanties voor de toekomst!)
JE BENT TENMINSTE GEZOND

JE BENT TENMINSTE GEZOND

Eerder gepubliceerd mei 2020- voorspellende column

‘Je bent tenminste gezond’, zei zijn buurvrouw. Het geblondeerde haar wapperde voor haar gezicht, terwijl haar jonge labradoodle een ruk gaf aan de lijn. Ze verloor haar evenwicht. Zijn eigen hondje snuffelde tussen de jonge rietstengels langs de sloot. Civil was blij dat er meer dan anderhalve meter tussen hen in zat, want het liefst had hij haar op haar smoel geslagen.
Hij had zijn vuisten dieper in zijn vest gestoken en was doorgelopen. Nog zo eentje die hij vaak te horen kreeg: ‘Je vindt er wel wat op, dat doe je altijd.’ Hij had zich keurig gedragen door niet direct steun aan te vragen. Dat werd ook verzocht; als de nood niet aan de man was, of je dan later wilde aanvragen. Dan konden de ambtenaren de druk verspreiden en echte noodgevallen het snelst helpen. Hij had geld voor investeringen aan de kant gelegd, dus hij kon wel even wachten. Maar in de tweede week al deden de miljoenen-bedrijven een beroep op overheidssteun. Op TV stelden niemand hen de vragen die Civil steeds kreeg, zoals deze: ‘je hebt toch wel een buffertje?’ Was het dan gebruikelijk dat die grote bedrijven jaarlijks álles uitkeerden aan aandeelhouders en bonussen voor de directieleden? Civil zou wel te dom zijn om de argumentatie achter de miljarden steun te begrijpen.
Hij werd er onzeker van en vooral misselijk, had zijn keurige gedrag resoluut opzij gezet en steun aangevraagd. Een ambtenaar had hem ’s avonds laat zelfs nog gebeld en hem verteld dat hij graag overuren maakte omdat anderen zo in de problemen zaten. Het was een zachtmoedige man, dat kon Civil horen aan zijn verlegen stem. De man had het erg gevonden voor Civil. De vriendelijke woorden deden hem goed.
Een paar duizend euro kreeg hij, 10% van zijn volledige omzetverlies… tot nu toe dan. Hij had het binnen een week binnen. Precies genoeg voor drie weken, dan zou het toch wel over zijn?
Na acht weken zeiden mensen tegen Civil: ‘Kop op zeg, we doen het samen.’ Hij had zijn mond gehouden. De mensen gingen door, veilig in hun salaris leunend. Sommige klaagden dat ze wel 10% van hun salaris moesten inleveren. Of dat hun afdeling wel drie weken dicht ging. Civil sloeg een arm om hen heen. ‘Toch fijn dat ze daarna weer aan de slag kunnen hè?’, knikte hij empathisch.
Hij kreeg nooit een betrokken vraag terug. Zouden mensen bang zijn voor het antwoord? Het ‘samen doen’ had hij zeker niet goed begrepen.
De koning sprak het volk toe: ‘Toen werd de keuze voor ons gemaakt. Nu maken we zelf een keuze. In het belang van leven en gezondheid.’ Civil stond achter de keuze, was trots op zijn land en koning.
Andere woorden leken over hem te gaan. Het trof hem. Civil schaamde zich direct, hoe durfde hij zijn situatie te vergelijken met die van de Joden? Toch gingen de koningswoorden over hem: ‘Medemensen, medeburgers in nood, voelden zich in de steek gelaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, al was het maar met woorden.’
Om anderen te beschermen kon Civil niet doen waarvoor hij op aarde was. Dat was nu even zo, hij begreep het. Echt. Maar het uitzichtloze sloeg Civil lam. Niet voor lang, want creatief als hij was bedacht hij weer wat, want zo was hij: oplossingsgericht, altijd bruisend van de energie.

Mensen keken weg toen Civil de deur van zijn bedrijf sloot, ze staken op veilige afstand over naar de andere kant van de straat.
Hij liep naar huis, zijn hondje huppelde naast hem. De roodbruine vacht glansde in het zonlicht. De lucht kwam Civil al weken lang onnatuurlijk blauw voor. Toch was het zo, de zon lachte iedereen toe. De tulpen in de perken hingen slap. Hij moest hoognodig zijn eigen tuintje sproeien, zo vroeg in het jaar en dan al zo droog.
Via de winkelruiten zag hij dat zijn huid gebruind was, hij zag er goed uit. Het was warm en Civil ritste zijn jas open. Zijn telefoon sloeg tegen zijn rugtas, hij graaide hem uit zijn jaszak. De hond gaf een ruk, moest een poepje draaien. Het beestje keek weg van hem, alsof hij zich schaamde voor wat hij deed. Civil glimlachte en keek op het schermpje van zijn telefoon. Had hij likes op zijn Facebookpagina? Zijn zonnebril moest af om het goed te kunnen lezen: ‘Zeur en klaag toch niet zo’, schreeuwde iemand op social media. Hij begreep het niet. De koning had toch gezegd: ‘Niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is’ ?
De drol was nog warm toen hij het van de stoep schepte, de prullenbak was gelukkig dichtbij.

Toen trok de wind het blad van de bomen op het plein. Binnenkort gingen de cafés daar sluiten, er kwamen te weinig mensen, omdat het theater er naast gekocht was door een investeerder, die nog niet wist wat ervan te maken. Kleine musea hadden kale muren. Boekhandels hadden lege kasten, geen nieuwe boeken meer in het aanbod. De tv’s gingen op zwart. De stad werd alweer stil. Civils werk werd geveild en gekocht door directieleden van grote bedrijven. Zijn vrienden hadden zijn hondje nog gezien, toen hij een stuk kauwgom van de putdeksel likte.

Er was niks te doen! De mensen zaten wéér thuis in huis. Ze werden er boos van. ‘Waar zijn ze, die gasten die TV maken, musea vullen, boeken schrijven en podia vullen met muziek en theater?’, riepen ze.
De koning sprak: ‘Ze zijn gestopt met werken.’
‘Waren ze ziek dan?’ de mensen hadden rimpels in hun voorhoofden.
‘Nee, ze waren tenminste gezond’, de koning stak een wijsvinger in de lucht.
‘Waarom zijn ze dan gestopt met werken?’, zuchtten de mensen.
‘Ze zijn verdwenen’, antwoordde de koning kortaf. Hij krabbelde met de vinger aan zijn neus.
‘O, hadden ze dan geen buffertje?’
‘O jawel, maar die ging op.’
‘Waaraan dan?’ de mensen schudden verward hun hoofden.
‘Aan de tv-programma’s, voorstellingen en verhalen die ze steeds weer bedachten, maar niemand wilde ervoor betalen.’
‘Nu willen we er wel voor betalen! Hier, we hebben geld.’ Ze staken hun creditcards in de lucht.
‘Ik weet niet waar ze zijn, ze zijn zoek’, de koning plukte aan zijn baardje. ‘Hebben jullie ze nog gesproken?’
De mensen dachten na, keken elkaar aan, wenkbrauwen gefronst.
De koning boog zich voorover naar de mensen. ‘Ik heb nog zo gezegd, niet wegkij…’
‘Ja zeg, we wisten het toch niet?’ De mensen werden nog bozer.
‘Zij hebben hun mond niet opengedaan en daarom kunnen wij niet relaxen na deze moeilijke periode. Kunstenaars, lui en ondankbare gasten zijn het.’

HOUD GOEDE MOED EN KIPPEN

HOUD GOEDE MOED EN KIPPEN

De kamer waarin ik lig is groen, groene vloer met groene wanden. Alleen het plafond is blauw. Af en toe drijft er een witte wolk over. De kippen scharrelen om mij heen; ze pikken torretjes uit het gras, huppelen weg voor het hondje en kirren vriendelijk als ik ze over hun ruggetjes aai.
Het is stil in ons buurtje, totdat ik de auto van de buurman op het grind hoor, zijn remmen piepen zachtjes. Tuindeuren zwiepen open, er wordt eten op tuintafels gezet. Kinderstemmen, de veren van trampolines trillen. Het geeft me een camping gevoel. Ineens overvalt het me: moedeloosheid. Het maakt me bij vlagen sip dat voor het onder controle houden van COVID-19 het economische offer van sommigen veel groter is dan dat van anderen.

Ik leg het uit, omdat je misschien niet begrijpt wat ik bedoel:
Wij ondernemers gaan ‘aan’ op crisis. Wij denken in kansen en oplossingen, dat maakt ons goede ondernemers. Dus binnen drie weken na de aankondiging van de coronamaatregelen hadden wij nieuwe 1,5 meter producties en concepten ontwikkeld. BAM!
Onze leveranciers werkten mee, allemaal gratis want het waren zelfstandigen die ook vreesden voor hun levensonderhoud op ernstig korte termijn. Enfin, de ‘veilige’ producties en concepten zetten we online, slingerden we de wereld in. Kom maar op, wij zijn klaar voor de nieuwe 1,5 meter maatschappij!
Stilte, er gebeurde niks. Wij waren wel klaar, maar zij nog niet… Onze opdrachtgevers zijn dan over het algemeen ook géén ondernemers.
Ze waren éven met iets anders bezig: lobbyen in Den Haag voor miljarden steun, applaudisseren voor de zorg, mee knikken met virologen, tellen van doden. Het moment dat zij steun ontvingen lanceerden wij onze nieuwe corona-proof-producten. Nog eens drie weken later werden de maatregelen zo versoepeld dat zij weer aan de slag konden. Hun lobby in Den Haag was dik op orde…
Een kipje kijkt me aan, de veertjes op haar kopje staan rechtop, het maakt haar een rock-chick. Ik moet er om glimlachen.
Na zes weken -met overdag veel sporters op de weg, mensen die hun nieuwe auto’s testten of hun verse puppy’s trainden- zag ik de mensen gewoon weer aan het werk en het daarmee druk hebben. Mijn man ook, hij heeft het hartstikke druk. Er is niets wezenlijks in hun leven veranderd.
Gisterenavond waren er zelfs ineens weer feestjes in de tuinen van onze straat. Mijn kippen konden er niet van slapen. De haan begon om 23.00 uur te kraaien vanuit zijn nachthok. Hij begreep niks van al die reuring na weken rust. Ik heb hem maar even op schoot genomen en toegesproken. Daarna sliep hij als een roos.

We zijn nu vijftien weken verder. Ik lig nog steeds op mijn matje in mijn groene kamer, want het is al die weken heerlijk weer. Bijna vier maanden lig ik daar dus al… ben inmiddels gebruind en zie er goed uit. Uitgerust ook. Met mij persoonlijk gaat het dus hartstikke goed en toch is er ook die andere kant: mijn bedrijf gaat niet zo goed. Of beter gezegd mijn bedrijf gaat ronduit KUT. Dat is te zien in mijn gedrag: ik test geen nieuwe auto, heb geen puppy aangeschaft, sporten doe ik binnen en feestjes geef ik niet. Is je dat niet opgevallen? Nu ik het zeg misschien? Wat? O, waarom ik geen feestjes geef?
Omdat ik sip word van alle corona-avonturen van anderen, het thuiswerken, het gemis van collega’s, de nieuwe maatschappij, dat het ‘ergens goed voor is geweest’ (milieu, lokale economie), dat we het toch ‘samen geflikt’ hebben…
Het woordje -geweest- alleen al: ik zit er nog middenin! Samen geflikt? Ik merk daar niks van, mijn offer en het offer van mijn collega’s is onredelijk veel groter dan dat van de meerderheid. En dat wordt niet gezien.

Want alle begrip voor de maatregelen, natúúrlijk, maar compenseer dan wel de bedrijven en hun personeel, die er nog steeds onder lijden.
Ook als hun Haagse lobby niet goed op orde is.
Gewoon omdat dat eerlijk is.
Daan de Haan kukelt, mijn rock-chick kirt als een dolle, ze heeft een ei gelegd. Zij lullen er niet over. Dan mag ik de moed hebben verloren, ik heb in ieder geval mijn kippen nog.

 

VOORUITSCHRIJDEND INZICHT

VOORUITSCHRIJDEND INZICHT

Er was eens… een vriend die mij uitmaakte voor racist in hoofdletters. Het was naar aanleiding van een grap die ik maakte, als reactie op een vrolijk artikel van hem op Facebook.
Voor iemand die het voortschrijdend inzicht over Zwarte Piet al meer dan 10 jaar geleden kreeg en alles wat daaraan in het verlengde ligt inmiddels in haar leven -met vallen en opstaan- had aangepakt, kwam dat scheldwoord binnen. BOEM.
Gelukkig zat ik achter mijn PC en kon het woord in kapitalen binnen tellen van mijn tijdlijn verwijderen. Ik trilde…
Ik móest het eerst met hem uitpraten, wat ging hier mis? Zou hij me wegduwen?
Nee, dat deed hij niet. Gelukkig. Hij gaf aan dat hij teleurgesteld was in me. Er ontwikkelde zich een dialoog, zoals dat hoort tussen vrienden. Ik raakte met mijn grap een persoonlijke pijn, die nog een laag dieper ging dan de black-live-matters-discussie. Ik was onwetend over de littekens die er zijn en kon dus niet vermoeden dat mijn grap er eentje open trok.
Mijn grap was ook seksistisch, want zo maakte hij altijd grapjes over mij. Dus ik dacht dat hij dat wel zou waarderen als ik mezelf belachelijk zou maken. Alleen nu vond hij het niet grappig. Ik eigenlijk ook niet, want ik vind seksisme altijd naar, omdat ik me niet serieus genomen voel.

Waarom maakte ik dan een grap, waarin precies de twee dingen uitgelicht werden, waar ikzelf mijn hele volwassen leven tegen streed? Omdat onze relatie vervuild was.
En dat zagen we allebei in.
De scheldpartij van mijn vriend heeft tot iets goeds geleid. En dat is nu precíes de bedoeling van al die protesten, weg met dat beleefde gedoe.
Een schreeuw opent de dialoog, want de ander schrikt wakker bij het zien van de open wond die getoond wordt.
Laat het even lelijk worden tussen mensen, dat is niet erg, als je maar blijft praten. Want dat is vriendschap, dat is menselijkheid, dat is democratie: elkaar scherp houden!
Het maakt de onderstroom schoon in relaties.

Hoe gaat het nu verder tussen mij en mijn vriend? We hebben erkend onwetend te zijn geweest en beloofd elkaar te blijven corrigeren, want het laatste wat we willen is elkaar kwetsen.
Zo versterkte de vriendschap zich tussen ons. En we leefden nog lang en waanzinnig gelukkig.

ODE AAN DE STILLE HELDEN

ODE AAN DE STILLE HELDEN

-GEDICHT-

Op het kerkplein kreeg je voor een euro drank
De kok zette zuchtend afhaalzakjes op een plank
De kassière bediende zonder bescherming haar klant
Niemand ging voor de vakkenvuller aan de kant

In een kamertje vier hoog, zette zij de fluit aan de mond
Blies de Mattheus voor wie horen wilde, zij was nog gezond

Hij monteerde gepassioneerd zijn filmarchief
Het gaf inspiratie, het was ontzettend lief 

‘De kunstenaar geeft troost in deze barre tijd’ schalde de TV
Publiek laafde zich aan zijn talent, het zat niemand mee
De kunstenaar speelde en werkte ook zonder brood
De troost droogde op, want de kunstenaar was dood

De zieken knapten op, de doden werden begraven
Maar de mensen konden zich nergens meer aan laven

Want het was al een tijdje stil, het was oorverdovend
Waar is de kunstenaar? Hij was zo veelbelovend!

De pijn van de epidemie werd in stilte gedragen
Had hij er maar geld voor moeten vragen

SAMEN(BE)LEVING

SAMEN(BE)LEVING

Vanmorgen kwam dit woord in mij op: Samen(be)leving. Ik kwam erop omdat ik dankbaar ben met een overheid die haar burgers oprecht wil steunen. Oké er vallen gaten en niet iedereen is tevreden, maar ze probeert er toch wat van te maken. De overheidssteun is geld van burgers, waarvan een deel het hard nodig heeft om te overleven, of dat nu in het ziekenhuis is of thuis. Burgers en overheid beleven deze periode samen: samen(be)leving.

Laten we deze lijn doortrekken, zodat álle gaten gevuld worden en iederéén tevree kan zijn. Laat ik toelichten hoe we dat kunnen doen.
Een bedrijf ontvangt overheidssteun op voorwaarden. Terecht, want het is nogal wat om een beroep te moeten doen op publiek geld. Maar ja, niemand kon deze pandemie voorzien. Het leek net zo waarschijnlijk als een oorlog.
Enfin, waar was ik, o ja hoe gaan we de lijn van een Samen(be)leving doortrekken zodat iedereen tevree is? Laten we één voorwaarde toevoegen aan de voorwaarden op financiële steun: een bedrijf ontvangt pas financiële hulp als alle salarissen beperkt worden en dan heb ik het over een substantiële beperking, meer dan 10% of 30%. Ja, daar schrikt u van hé, het gaat dus ook over uw salaris of dat van uw partner. Maar, geen paniek, let op:
Met het bedrag dat het bedrijf bespaard aan personele kosten en een stukje steun van de overheid kan iedereen blijven doen wat hij al deed, misschien kan er zelfs geïnvesteerd worden op de toekomst. Medewerkers dragen dus zelf bij aan het behoud van hun baan. Werknemer en werkgever slaan de handen in één voor een gezamenlijke toekomst. Hoe mooi is dat?
Daarbij geldt ook dat zowel de bedrijven als de medewerkers leenmogelijkheden krijgen en coulance van banken én instellingen bij betalingsverplichtingen zoals huur en hypotheek. Als banken en verhuurders dat niet doen hoeven zij geen financiële hulp te verwachten.
Als de periode voorbij is worden de salarissen weer hersteld. Achtergestelde betalingen kunnen weer voldaan worden.
Het neveneffect van deze eenvoudige voorwaarde van salarisbeperking, is dat de economie op korte termijn minder overspannen raakt en dat voorkomt weer veel zieke mensen op lange termijn. Kortom: dit is de goedkoopste oplossing voor het collectief.
Het is ook een haalbare oplossing en solidair met zelfstandigen die deze voorwaarde en coulanceregeling al hebben gekregen. Want niemand, maar dan ook écht niemand kan zich voorbereiden op een oorlog of pandemie. Dat is een gedeeld risico, van de chirurg tot de postbode en stratenmaker, van de kaasboer tot de ambtenaar, barman en acteur. Dat heet Samen(be)leving.