Er is iemand die als een rode draad door mijn leven loopt, die ik steeds weer zomaar ergens tegenkom. Eerst als kind op de radio en casettebandjes van mijn ouders, dan als buurman, via George, Fred, Lenette, via Cor, Gerard naar zijn zoon. En telkens denk ik: wat een leuke man. En hij schrijft nog leuke verhaaltjes ook!
Vandaag eentje die ik graag deel met jullie, omdat deze man zo goed mijn onrust weet te vatten. En dat van de mensen met wie ik zo graag werk. Is het wel wat? Kan ik het wel? Mijn profiel zegt het: Schrijfster i.o. Ik dek me in, stel mijn doel laag (stiekem mijn hoop hoog).
En ik besef me ineens dat ik toch, héél soms, als het even niet gaat, anderen met een meetbaar vak benijd.

JACQUES KLÖTERS, 7 APRIL 2020
Ik moest vanmorgen denken dat je beter geen succes kunt nastreven. Ik zal het proberen uit te leggen: Een meubelmaker bij zijn veertigste tafeltje, een boekhouder bij zijn honderdste balans en ook een piloot bij zijn duizendste landing kan zeggen: ik beheers dit vak. Maar wij die een liedje schrijven, een voorstelling maken, aan een boek zijn begonnen, wij weten ook niet na de dertigste keer of het iets van kwaliteit zal worden of een mislukking. Je bent iedere keer weer een beginner.

Dat maakt iemand die een creatief beroep uitoefent vaak onzeker. De mislukking is nabij en het succes ook. O natuurlijk, naar buiten straalt de regisseur wel uit dat hij een vakman is en dat hij alles in de hand heeft, maar eigenlijk weet hij niet zeker of hij op de juiste weg is. Aan adviezen heeft hij weinig, hij moet op zijn kennis en ervaring, op zijn smaak maar vooral op zijn intuïtie vertrouwen. “Iets zegt me dat het niet werkt, weg met dat decor. Ja maar het kostte… kan niet schelen: een fout decor kan je hele voorstelling verknallen.” Kennis, ervaring en smaak kan je bijgebracht worden maar kun je intuïtie leren op een vakopleiding?

Altijd als ik mijn eigen gevoel opzij zette en de argumenten van anderen overnam – geld! succes! uitdaging! – kwam ik in iets terecht waar ik niet had moeten wezen. Was ik een klus aan het doen waar ik me voor schaamde, en waarover ik thuis niet durfde te vertellen.

Ik leerde me zelf geen targets op te leggen. Ik heb nooit gedacht als ik een liedje schreef: dit moet een hit worden. Ik dacht : ik moet een zo goed mogelijk tekstje schrijven. De opdracht die ik me zelf stelde, moest binnen mijn bereik blijven en de voldoening ook. Ik moest tevreden kunnen zijn met wat ik gemaakt had. Want als zo’n liedje niet die hit wordt waar je op hoopte, ben je teleurgesteld. Je moet je tevredenheid niet laten afhangen van iets wat buiten je macht ligt.

Maar soms kom je te werken in een wereld waar het succes wordt gepland, waar wel alles meetbaar en weegbaar is, waarin keiharde targets gesteld worden, omzet, kijkcijfers, luistertijdaandeelcijfers. De managers daar stellen eisen, kennen het vak, weten op welk tijdslot een tv-serie het beste tot zijn recht komt. Wat voor plaatjes de mensen willen horen. Zij denken uitsluitend na over het succes. Maar succes is nu eenmaal een mogelijk bijproduct van kwaliteit en moeilijk te plannen. Succes is geluk.

Als ik wel eens problemen heb op mijn werk, heeft het daarmee te maken: ik ben in de theaterwereld gewend mijn intuïtie te volgen, op mijn talent te vertrouwen, op mijn gevoel. De mediawereld waarin ik ook werkzaam ben, is vooral gericht op het volgen van andermans marktonderzoeken, te vertrouwen op wat zich al bewezen heeft en op het onderdrukken van de eigen, subjectief geachte, smaak.

Ik snap het wel. De wereld van film, radio en tv staat vol in het licht, er zijn grote belangen mee gemoeid, de techniek roept om vakmanschap, men kan haast niets aan het toeval of aan de intuïtie van een vage, creatieve figuur overlaten. En toch: soms gebeurt het wonder. Maar nooit gepland.

Een mooi kijkcijfer is natuurlijk prachtig, maar het intense genot te weten dat je een goed liedje hebt geschreven, beter dan je ooit geschreven hebt, een wonder van een liedje, dat is in cijfers niet uit te drukken.

Share This