Ik voelde de pijn van vroeger. Dat kleine, venijnige moment waarop je aan jezelf gaat twijfelen. Of waarop je je ineens verantwoordelijk voelt voor het ongemak van een ander. Of je niet serieus genomen voelt.
Het was er allemaal. Alleen: ik ging er niet meer in mee.
Dat vind ik eigenlijk best bijzonder. Ik begeleid mensen in dit proces en oefen er zelf nog altijd mee. Dat zal zo blijven, de rest van mijn leven; door in dingen mee te gaan heb ik immers overleefd.
Een van de momenten ging over een geluid. Ik had iets gehoord en vertelde dat aan een man. Een vrouw die meeluisterde, zei nogal stellig – met veel lichaamstaal – dat zij helemaal niets had gehoord.
Ik voelde het meteen. Niet in mijn hoofd, maar in mijn lijf. Dat korte moment van: o ja, misschien heb ik het dan toch verkeerd gehoord. Ligt het aan mij? Dat is een oud gevoel: een ander die zo stellig jouw waarneming de grond in slaat, dat die waarneming ineens verdacht lijkt. Maar ik bleef staan. Ik zei dat er meer mensen waren die het geluid hadden gehoord en wees hen aan. Ik zei dat ik niet gek was…
Iets te scherp, dat wel.
En ook dat herkende ik. Als het oude zeer wordt aangeraakt, komt er soms net iets meer kracht uit mijn stem dan nodig is.
Maar ik trok mijn waarneming niet meer in.
Een paar dagen later gebeurde er iets vergelijkbaars, maar dan aan de telefoon.
Ik zou misschien spijt gaan krijgen als ik een belangrijke familiebijeenkomst zou overslaan omdat ik een opdracht had.
Een opdracht.
Dat is mijn werk.
Een congres of evenement wordt niet zomaar verplaatst omdat de zandkunstenaar niet kan. Als ik dat zou doen, word ik onbetrouwbaar en dat kost mij klanten en niet alleen deze ene, maar ook in de toekomst. Want uit een opdracht vloeit een nieuwe opdracht. Als ik niet werk, is er geen inkomen. En dus zoek ik, zoals iedereen die als zelfstandige werkt en verplichtingen heeft, naar alternatieve mogelijkheden.
Maar een ander familielid kon op die alternatieve data niet, want die moest voetballen. Dat zou ik toch moeten weten.
Oeee.
Daar was-ie weer.
Dat oude gevoel.
En tegelijk de pijnlijke bevestiging dat in het heden verhoudingen helaas nog hetzelfde lijken te liggen zoals ik dacht te voelen in het verleden: het gevoel dat die ander belangrijker is dan ik. En dat ík degene ben die zich moet aanpassen. Want ik word gebeld, over dat ik misschien spijt krijg van mijn keuze niet te gaan. Niet die ander.
Ik snibde.
Zei te veel.
Niet mijn beste moment.
Maar daarna gebeurde er iets wat me eigenlijk meer bijbleef dan mijn snibberigheid.
Ik kwam erop terug.
En ik vroeg hardop of die ander dan niet óók spijt zou krijgen als hij geen vervanger zou kunnen vinden voor zijn wekelijkse potje voetbal.
Dat vond ik heel spannend om te zeggen. Niet omdat voetbal niet belangrijk mag zijn. Natuurlijk mag dat. Maar waarom zou het ene vanzelfsprekend belangrijker zijn dan het andere? Waarom zou een potje amateurvoetbal zwaarder moeten wegen dan mijn werk?
En waarom zou mijn keuze automatisch betekenen dat ík degene ben die lastig doet en egoïstisch is? Want dat oordeel is er dan ook. Van anderen over mij (het is wel eens tegen me gezegd door familie) en misschien vind ik dat zelf ook wel?
Het antwoord is natuurlijk: dat ik niet lastig of egoïstisch ben.
Toch wankel ik hierdoor soms weer. De aloude angst dat anderen mij zien als raar, of een slecht mens veroorzaakt mijn oude gedrag: meebewegen om niet lastig te zijn. Om de ander niet teleur te stellen. Om te controleren of ik het wel goed zie, goed voel, goed doe.
En misschien is dat wel de grootste verandering die ik de afgelopen tijd merk.
Ik kan de teleurstelling en het oordeel van een ander iets beter verdragen, omdat ik weet dat ik niets verkeerd heb gedaan.
Ik kan horen dat iemand iets niet heeft gehoord zonder mijn eigen waarneming kwijt te raken.
Ik kan kiezen voor mijn werk en andere alternatieve data geven, zonder mij schuldig te voelen.
En ja, soms doe ik dat nog steeds wat te scherp.
Ik ben niet ineens verlicht.
Het oude zeer is er nog.
Maar het bepaalt niet meer automatisch mijn volgende stap.
En misschien is dat precies wat ik mijn cliënten ook probeer mee te geven.
Het doel is niet dat het oude zeer verdwijnt.
Het doel is dat je jezelf niet meer hoeft te verlaten zodra het wordt aangeraakt.
Deze week kreeg ik daar zelf weer kleine oefenmomenten voor.
En hoewel ik de verhoudingen in mijn familie inmiddels helder zie en heb omarmd, doet de bevestiging daarvan toch nog steeds pijn. Je hoopt toch elke keer dat het niet zo is…
Maar deze keer bleef ik bij mezelf.
Met maar een beetje twijfel. Heel kort.
Zeker zonder schuldgevoel.
Ik hoef er niet meer bij te horen.
En juist daardoor kan ik eindelijk gewoon blijven waar ik ben:
bij mezelf.

